Waar staat dat Jezus God is?
By CopticBot.ai (Coptic Space Inc.) · Last reviewed 2026-10-10
In de Koptisch-Orthodoxe theologie en de Heilige Schrift is de goddelijkheid van de Heere Jezus Christus de hoeksteen van ons geloof. Wij belijden dat Hij "waarachtig God uit waarachtig God" is, zoals verwoord in de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel.
1. Directe getuigenissen van de Schrift
De Bijbel laat er geen misverstand over bestaan dat de Zoon van hetzelfde wezen (ὁμοούσιος - homoousios) is als de Vader:
- Johannes 1:1: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God." Vers 14 bevestigt dat dit Woord vlees is geworden in Jezus Christus.
- Johannes 20:28: Wanneer de apostel Thomas de opgestane Heer ziet, roept hij uit: "Mijn Heere en mijn God!". Jezus wijst dit niet af, maar bevestigt zijn geloof.
- Romeinen 9:5: De apostel Paulus schrijft over Christus: "...die God is boven alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen."
- Titus 2:13: Hier wordt gesproken over de verschijning van de heerlijkheid van "onze grote God en Zaligmaker, Jezus Christus."
- 1 Johannes 5:20: "En wij zijn in de Waachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven."
2. Jezus claimt de goddelijke Naam
In het Oude Testament openbaarde God Zich aan Mozes als "Ik ben die Ik ben" (Exodus 3:14). In het Grieks is dit Ego Eimi (ἐγώ εἰμι). Jezus gebruikt deze exclusieve goddelijke titel voor Zichzelf:
- Johannes 8:58: "Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham werd, ben Ik." De Joden begrepen direct dat Hij hiermee claimde God te zijn, want zij wilden Hem direct stenigen voor godslastering.
- Johannes 10:30: "Ik en de Vader zijn één.". Dit duidt niet op een eenheid van wil, maar op een eenheid van wezen (ousia).
3. Goddelijke daden en aanbidding
Alleen God mag aanbeden worden en alleen God heeft macht over de schepping en de zonde:
- Vergeving van zonden: In Mattheüs 9:2-6 vergeeft Jezus de verlamde man zijn zonden. De schriftgeleerden zeiden terecht: "Wie kan zonden vergeven dan God alleen?" Door de man te genezen, bewees Jezus dat Hij de autoriteit van God bezat.
- Aanbidding: Jezus accepteerde aanbidding die alleen God toekomt (Mattheüs 14:33, Johannes 9:38). Engelen en apostelen weigerden altijd strikt om aanbeden te worden (Openbaring 22:8-9; Handelingen 14:14-15), maar Jezus ontving het als Zijn recht.
- Schepping: Kolossenzen 1:16 stelt dat alle dingen door Hem en voor Hem geschapen zijn. Aangezien alleen God de Schepper is, moet de Zoon God zijn.
4. Patristische verdediging
Onze grote vader, de heilige Athanasius de Grote, verdedigde deze waarheid tegen de ketter Arius. Arius beweerde valselijk dat de Zoon een schepsel was. St. Athanasius leerde echter dat als Jezus niet volledig God was, Hij de mensheid niet zou kunnen verlossen. De mensheid was onderworpen aan de dood; alleen de Onsterfelijke God kon de dood overwinnen door Zelf mens te worden en te sterven.
Zoals ook de heilige Cyrillus van Alexandrië benadrukte: God werd niet 'veranderd' in een mens, maar Hij nam de menselijke natuur aan. Hij bleef wie Hij was (God), terwijl Hij werd wat Hij niet was (mens).
Conclusie
De Bijbel getuigt van het begin tot het einde dat Jezus Christus niet slechts een profeet, een goede leraar of een hooggeplaatst wezen is. Hij is God in het vlees. Zonder Zijn volledige goddelijkheid is er geen verlossing, geen overwinning op de dood en geen herstel van het beeld van God in de mens.